Angel | Mr. Wong part 16

Door Angel – Er was eens een meisje dat in een zwakzinnige toestand van verminderde toerekeningsvatbaarheid de spierwitte muur van Mr. Wrong onder kotste. En zijn overhemd. En zijn schoenen. En zijn trap. En daardoor leefde ze nog lang en diep ongelukkig. Tot mijn enorme ergernis lukt het me niet de herinnering aan deze rampzalige voorschutting van mijn netvlies te deleten. Tien dagen hoor ik niets van Mr. Wrong. En koppig als ik ben, stuur ik niets uit mezelf.

Nee, echt niet doen. Hij meldt zich nog wel.

Elf dagen. Niets.

Volhouden. Als je nu iets stuurt, heb je alles verpest. Kots of geen kots. Niets sturen. Volhouden nu. Hard to get. Impossible to get. Damage control heet dat.

Twaalf dagen. Niets

Zucht.

Twaalf dagen en acht uur.

Reality check. Zet hem maar uit je botte, hardleerse kop. Je hebt het vertieft. Het is over.

Dertien dagen. Nog steeds niets.

Of zou hij misschien op een bericht van mij wachten? Zou het kunnen zijn dat hij precies hetzelfde spel speelt?

Tweeënhalve week. Niets. Geen gemiste oproepen. Geen per ongeluk over het hoofd geziene apjes. Nothing.

Nu is het zeker. Dit avontuur is voorbij. En dat is maar goed ook. We moeten ons nu tenslotte focussen op een nieuw project. Een baby in elkaar flansen.

Negentien dagen. Niets. Een eindeloze, oorverdovende radiostilte van bijna drie weken, acht uur, vier minuten en vijfendertig seconden om precies te zijn. En ineens, alsof het midden in een hittegolf begint te sneeuwen, verschijnt daar in het schermpje van mijn telefoon de verlossing.

PLING!
Hello darling. Back in town. Available for dinner tonight?

Hij leeft nog. En ik besta nog. Halleluja in de gloria ik ben absolutely up for fucking dinner tonight! Ik ben de rest van mijn leven available. Maar dat zeg ik natuurlijk niet. Hoofd koel houden. Yes, play it cool. Niet reageren. Dat is tot nu toe de succesformule. Nee, wel reageren. Maar morgenochtend pas. Heel nonchalant. Maar wel vriendelijk. En zeggen dat ik helaas niet kan. Nee, niks helaas. Ik kan gewoon niet, punt. En dat ik de rest van de week ramvol zit. En het weekend ook. Heel druk. Druk druk druk! Veel belangrijke afspraken. Maar volgende week misschien wel. Niet te eager.

Hello and YES! Where and when?
Send.

Ik doe een zwaar beroep op mijn make-uptalenten en trek de allerbeste shape- en contourkunsten uit de kast om mezelf om te toveren tot een onweerstaanbare femme fatale. Wat een verrukkelijke luxe dat wij vrouwen onszelf een compleet andere identiteit kunnen aanmeten met behulp van een set kwasten en een laag plamuur. En ik nail ‘m nog als een motherfucker ook want ik ben niet voor de spiegel weg te slaan. Een paar uur later parkeer ik mijn auto op de plaats van bestemming. Een blik op mijn horloge vertelt me dat ik tien minuten fashionably late ben. Keurig op tijd. Om mijn zenuwen onder controle te krijgen, dreun ik hem als een mantra zachtjes op. ‘Ik ben de baas. Ik ben de baas. Ik ben de baas. Wie de baas? Ik ben de fokkin eindbaas!’

Het restaurant zit in een groot Amsterdams hotel. Als ik binnen loop, word ik verwelkomt door de gastheer die mijn jas aanneemt en me vertelt dat mijn tafelgenoot al zit te wachten. Hoe weet hij wie ik ben? En voor wie ik kom? Ik besluit het niet eens te vragen en laat het voor wat het is. De vriendelijke, oudere butlerachtige meneer gebaart me hem te volgen en loopt voor me uit naar onze tafel. De nervositeit overvalt me weer als ik hem zie zitten en wordt zo erg dat ik er maagkramp van krijg als hij opkijkt van zijn telefoon, breed naar me glimlacht en opstaat om me een kus op mijn mondhoek te geven. Hoe is het in godsvredesnaam mogelijk dat hij er elke keer weer beter uitziet dan de keer ervoor. Ik kan er nog zo drop dead gorgeous uit zien, naast hem voel ik me een onopvallende daklozenkrant. Ik kan haast niet ademen van angst. Eindbaas my ass.

Terwijl de gastheer mijn stoel aanschuift, vraag hij wat ik wil drinken. Mr. Wrong wacht niet op mijn antwoord. “A glass of champagne for the stunning lady please.” Dan gaat hij zitten, bekijkt me aandachtig en doorboort me vervolgens met zijn ogen.

“And again, she looks breathtaking.”

Ik voel mijn oksels prikken en mijn wangen gloeien. Knalrood. Zou hij het zien?

“Thank you. You don’t look to bad yourself. Worked hard on your tan?”

“I spent some days in Bali. Needed to clear my head so I thought Bali would be a good option.”

Welja, waarom ook niet. Een paar dagen Bali. Just like that. Om je hoofd even leeg te maken. Ik ga een blokje om als ik het niet meer zie zitten.

“And what have you been up to?”

Nou, terwijl jij even je ‘head lag te clearen’ op Bali, zat ik hier de afgelopen weken in de Nederlandse pestpokkevrieskou obsessief te wachten op een teken van leven van jou. En tussen mijn rouwverwerking, mental break downs en paniekaanvallen door heb ik ook nog even besloten dat ik in mijn eentje moeder ga worden van een donorzaadbaby. Ik word dit jaar namelijk 35 en heb bijna al mijn vruchtbare jaren verspild aan bloedaantrekkelijke maar waardeloze assholes zoals jij. Oh, en ik was de afgelopen week ongesteld en heb zeven hele dagen, liggend op de grond voor de koelkast, blokken frituurvet en suikerklonten naar binnen gewerkt. Huilend.

“Oh me? Yeah, busy. Lot’s of work. And dinners with friends. Shitloads of parties. Some events. So… yeah.”

Gelukkig had Serena me, om me een beetje op te vrolijken en omdat ze vond dat ik het huis uit moest, mee meegevraagd naar de launch party van een nieuw parfum van Yves Saint Laurent in Antwerpen. Feestje, cocktailbar, drag queens, nachtje raven in een club en daarna uitkateren in een heerlijk hotel.

“Just came back from an Yves Saint Laurent event in Antwerp I was invited for. You know. The usual stuff.”

Terwijl ik het mezelf hoor zeggen, vraag ik me gegeneerd af waar deze trieste tofdoenerij vandaan komt. Bij voorbaat excuses voor de volgende egotrip maar ik ben doorgaans toch best een stoer, zelfbewust wijf. Leuk ook. Leuk genoeg om mezelf niet beter voor te doen dan ik ben. Dat doe ik nooit en ik knap ook genadeloos af op mensen die dat wel doen. Ik laat juist zo snel mogelijk zien wie ik ben en als het je niet bevalt, dan mag je vrolijk oplazeren. Scheelt ons beide een hoop tijd en energie. Dus wat zit ik hier nou voor slecht toneelstuk op te voeren? Waarom zeg ik niet gewoon dat ik nog steeds half depressief ben, zoveel mogelijk probeer te werken maar het grootste gedeelte van de dag met doffe ogen voor me uit zit te staren en kostbare uren weg zit te vegeteren die ik nooit meer terug krijg om vervolgens van dat afschuwelijke besef weer in een nieuwe depressie te storten? Het komt door hem. Hij doet dit met me. Eindbaas my ass.

Zijn onbestemde, nauwelijks zichtbare glimlach doet me afvragen of hij me door heeft. Hij zegt niets en kijkt me indringend aan met een raadselachtige glinstering in zijn ogen. Die groene hypnotiserende kut-ogen. Waar ik voor de zoveelste keer reddeloos in zit te verzuipen. Kijk verdomme niet zo naar me! Geïrriteerd pak ik de menukaart en lees zogenaamd aandachtig het aanbod door. Ik ga bijna over mijn nek van de exorbitant dure gerechten. Mijn strot is kurkdroog en krijg geen hap door mijn keel. Een van de vervelende bijwerkingen van iemand meer dan leuk vinden. Zuchtend leg ik driftig te kaart terug op tafel.

“So, tell me about Bali. How was the island of gods for you?”

Nou doet hij het weer! Weer kijkt hij me met die pretogen aan en zegt niets. Wat is dat toch met dat niets zeggen terwijl ik een vraag stel? Kan ik ondertussen niet gewoon een keer melden hoe nerveus ik hiervan word? En dat ik het daarom ronduit onbeschoft vind?

“Do you have a hearing problem?”

Zijn brede glimlach legt zijn fantastische rij tanden bloot. “You are an amazing woman, Angel. And it’s a pleasure to be in your company.”

Een paar seconden lang voel ik de vlammen uit mijn oren schieten. Ah, gelukkig. Daar komt de champagne. Dankbaar en opgelucht grijp ik direct naar mijn redding. Omdat ik ben bang dat mijn hand trilt, grijp ik mijn glas stevig vast en drink het in één teug leeg.

Hij begint te lachen. “Are you planning to finish your masterpiece tonight?”

“What?” Oh. Hij heeft het over mijn creatieve kotskunstwerk.

“Take it easy, we have the whole night ahead of us.”

“Yeah. About that… uhm. Listen. Apart from me being kind enough to redecorate your hallway with my vomit which, by the way should you not have noticed, I did with great dedication and devotion, well… uhm. I might have said some things that…”

“Don’t worry about darling. Happens to the best of us.”

“Oh. Ok.”

“Excuse me. I need to go to the bathroom. Right back.” En weg is ‘ie.

Dromerig kijk ik zijn lange, breedgeschouderde gestalte na. Eenmaal uit het zicht verdwenen, pak ik snel mijn spiegel uit mijn tas. Geen troep tussen mijn tanden? Geen bullen in mijn neus? Ik ruik wat onder armen, spuit wat extra okselfris en trek wat kledingstukken recht. Ja, ik doe dat. Midden in een restaurant deodoranten. Dat vind ik belangrijk, want ik heb een stankfobie. Weet ook niet waar die vandaan komt. Ik ruik de hele dag aan mezelf. Anyway, allemaal piekfijn in orde. Ik berg de boel weer op, denk na over een onderwerp dat ik straks kan aansnijden, staar wat naar mijn nagels. En dan stellen mijn ogen zich scherp op wat ik tussen mijn vingers door op tafel zie liggen. Zijn telefoon. Alleen de gedachte eraan al voelt als een doodzonde. Heel even? Zal ik heel even kijken? Want ik weet wat ik zoek. Ik weet ook dat het me geen ene reet aangaat maar ik kan mezelf zeeën van tijd besparen als ik zou zien dat hij vijftien andere wijven in zijn whatsapp heeft. Die allemaal niet beschikbaar waren vanavond en daarom zit hij hier nu maar met mij. Of een chat over mij naar een goede vriend. Want tegen vrienden ben je eerlijk. Waar dan bijvoorbeeld in staat dat hij me best knap en ook wel aardig en vrolijk vindt. En intelligent genoeg om over een groot aantal onderwerpen een plezierig gesprek te voeren maar dat het voor hem duidelijk is dat ik niet de vrouw van zijn leven ben en dat ook nooit zal worden, hoeveel plezierige gesprekken we ook voeren en hoeveel nachten we ook samen doorbrengen. Dat ik gewoon aangenaam gezelschap ben in een stad waar de eenzaamheid van zijn succesvolle leven soms op hem drukt als een perswee, waarmee hij de tijd verdrijft om niet alleen te hoeven eten of slapen. Een paar vlugge vingerbewegingen en ik weet het. Binnen één enkele oogopslag heb ik het antwoord op de brandende vraag die ik nooit zal aan hem stellen. Nee. Nee, nee nee, gek! Doe nou eens normaal. NOR-MAAL DOEN. We gaan niet in andermans telefoons kijken. Ah, daar is hij weer. Als hij zich richting onze tafel begeeft, zie ik vrouwen naar hem kijken. Mooie, sophisticated vrouwen zijn het. Van die Bond girl types maar dan eind dertig. Zie je wel? Hij is te knap voor me. Wat moet die man nou van me? En wat zit ik hier nou eigenlijk te doen? Nooit heb ik me bij iemand zo onzeker gevoeld en ik houd hier niet van. Twee glazen verder kan ik mezelf eindelijk kalmeren en toespreken. Daar ben ik goed in, mezelf streng toespreken. Het derde glas does the trick. Ik hervind mezelf en meet mezelf een krachtig karakter aan dat bij mijn femme fatale metamorfose hoort. En heel even kan ik hem eindelijk recht in de ogen aankijken zonder in een papieren zak te moeten hyperventileren. We drinken, we praten, we lachen en dan is het mijn beurt. Na het hoofdgerecht zet ik de aanval in. Door gerichte vragen te stellen en goed te luisteren naar zijn antwoorden probeer ik zijn karakter te analyseren. Is hij echt zo zen en at ease? Of heeft ook hij een donkere kant in zijn hart waar smerige herinneringen, gefrustreerde verwachtingen, onvervulde dromen en bittere ervaringen liggen opgeslagen? Want die komen er op een dag allemaal uit en die stronthopen worden dan leuk over Angel heen gekieperd. Ik geef alles wat ik heb, doe mijn uiterste best maar je raadt het al. Geen steek word ik wijzer. Hij blijft één groot mysterie. Eindbaas, my ass.

“Let’s go. Leave your car here.”

Zoals het een echte femme fatale betaamt, vraag ik niets, sta op en loop voor hem uit naar de garderobe. Ja, geef je ogen maar even goed de kost Mr. Wrong. Die kont van mij is in topvorm. Da’s tenminste een ding waar ik niet onzeker over ben. Als we nog geen minuut later buiten komen, staat er een auto klaar (waar komen toch altijd die bloody auto’s vandaan?). De meneer die het achterportier voor mij open houdt, knikt naar Mr. Wrong. “Good evening Sir, good to see you again.”

Na een korte rit stappen we uit voor een zwarte, gesloten deur. Geen huisnummer, geen naambordje, niets. Het geheel doet me een beetje denken aan een Harry Potter huis. Als Mr. Wrong op de deur klopt, gaat er een klein roostertje open. Een grote, kale portier in een smoking kijkt door de geheimzinnige opening. Op zijn norse, chagrijnige kop verschijnt onmiddellijk een brede glimlach als hij ziet wie er buiten staat. “Good evening my friend. Come in! Come in!” Met een zwieper gaat ze deur op en Mr. Wrong wordt door de portier in een liefdevolle houdgreep genomen. Ik zweer het je, deze tent bestaat echt. Terwijl Mr. Wrong me uit mijn jas helpt, kijk ik verrukt om me heen. Ik ben beland in een waanzinnige time capsule. Grote brandende open haarden waar in prachtige vazen nog grotere bloemstukken op staan. Comfortabele cognackleurige, lederen herenfauteuils die om kleine tafeltjes heen staan. Een indrukwekkende, oude Amerikaanse bar uit de roaring twenties. De gevulde wijnrekken reiken tot aan het plafond en op de achtergrond klinkt de beroemdste stem ter wereld, die van Frank Sinatra. I have died and gone to heaven. Oh, wat houd ik van dit soort plekken die me terugvoeren naar een tijd waarin welgemanierde mannen nog echte mannen waren en vrouwen echte vrouwen. De ruimte is vol, alle tafeltjes zijn bezet. Behalve het tafeltje in het midden, bij de grootste open haard. Er staat een bordje op ‘Gereserveerd’. Laat me raden, die is voor ons. We nemen plaats, hij laat de champagne maar weer eens aanrukken en zo ontvluchten we samen voor een paar uur de dagelijkse sleur en creëren we een magische enclave waar ik inmiddels verslaafd aan ben. Even overweeg ik mezelf los te maken van deze wereld voordat ik helemaal mijn verstand verlies en zo snel mogelijk moet rennen maar het is te laat. Ik ben kansloos en reddeloos verloren. Als ik naar mijn glas reik, grijpt hij mijn hand en bekijkt hem aandachtig.

“Even your hands are beautiful.”

Het voelt alsof er een elektrische stroom door mijn hele lijf gonst en uitgeleverd aan zijn klauwen voel ik me kwetsbaar en week. Ik voel me tegelijkertijd aangetrokken en afgestoten, een brandende nieuwsgierigheid naar de charmante trekjes van maybe Mr. Right en een nog altijd aversie tegen Mr. Wrong. Ik wil hem vertellen waar ik van houd. Ik houd van witte mannenoverhemen, van puppies en kittens maar vooral van puppies, van Disney world, van feel good films, van boeken met happy endings, van Carrie, Miranda, Charlotte en Samantha, van sukadelappen met veel jus. En van oude huizen en verlaten gebouwen, van rauwe, dierlijke sex, van lange gelakte nagels, van mensen die altijd glimlachen, van één nummer vijftig keer achter elkaar luisteren in de auto, van kerstverlichting, van mensen die belangeloos lief voor je zijn, van roze kussentjes, van opa’s en oma’s, van poep- en plas humor, van stroopwafels, van mensen die zich kwetsbaar opstellen (ik zelf dus niet), van optimisme. En van zwak verlichte ruimtes met veel kaarsen, van blauwe en groene ogen omdat de mijne bruin zijn, van drukke straten, van mensen die niet klagen, van zure matten. En van romantiek. Aan de ene kant wil ik dat knappe, karakteristieke gezicht van hem, dat zoveel verwarring in mijn lijf schept, in mijn handen nemen en kussen en zeggen dat hij niet meer verder hoeft te zoeken en niet meer hoeft te one-night-standen met kansloze wijven want ik ben er eindelijk. Aan de andere kant wil ik die kop tegen de muur aan slaan en schreeuwen ‘Zeg nou verdomme gewoon of je een klootzak bent of dat je een ring om mijn vinger en kind in mijn buik wilt schuiven!’.

Maar wacht. Hier begint de bouquet reeks pas echt. Diep in de nacht neemt hij me mee naar zijn huis. Hij brengt me naar het midden van de kamer, helpt hij me mijn jas uit en zegt dat ik daar moet blijven staan. Dan zet hij muziek op, steekt drie grote kaarsen aan, komt op me af en blijft recht voor me staan. Er zitten ravijnen in zijn ogen. Alsof ze van alles willen zeggen in een taal die ik niet spreek en bijna zak ik door mijn knieën. Moeiteloos tilt hij me op (yes, net zoals in de fucking films), alsof ik niet meer weeg dan een lege vuilniszak en draagt me naar het reusachtige bed. Alle voorgaande nachten waren een seksmarathon van Olympisch niveau waarbij alle registers werden open getrokken. Deze nacht is anders. Het is alsof een tsunami me heel hoog optilt en vervolgens weer de diepte in smijt om me daarna weer de lucht in te schieten, steeds hoger en steeds harder. En dan, als ik bijna lig te janken van uitputting, neemt hij me in zijn armen om zo in slaap te vallen.

“Angel…”, hoor ik als ik bijna kwijlend ligt te snurken.

“Huh? Yes?”, en schrik wakker uit mijn beginnende slaap.

“I know we are not supposed to say these things but I feel really good in your company.”

Ik ben de eindbaas.

Liefs,
Angel

image002 (1)

Wil je af en toe een glimp van Mr. Wrong zien? Op mijn Instagram account @thebeautybakery post ik heeeel soms een kleine sneak peak. Dus als je wilt gluren… be my guest!

Volg:

59 Reacties

  1. Maya
    25 oktober 2015 / zondag, 25 oktober 2015

    Nog nooit eerder heb ik de aandacht zo lang vast kunnen houden als bij Mr.Wrong!
    Ik kan niet wachten tot de volgende.
    😃

  2. Christel
    22 oktober 2015 / donderdag, 22 oktober 2015

    Zoooo jaloers 😜
    Ik lees je schrijfsels graag, en gun je dit van harte. Maar hoe autobiografisch is dit eigenlijk?

  3. Marija
    22 oktober 2015 / donderdag, 22 oktober 2015

    Wat een top wijf ben jij zeg!
    Elke keer als ik aan het lezen ben hoop ik dat het stuk nog 4000 woorden lang duurt, en inderdaad begin aan dat boek!
    Ik koop als eerste een exemplaar ! Gefeliciteerd trouwens met je verjaardag 😊

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *