ANGEL | MR WRONG PART 63

Hallo! Daar ben ik weer. Eerst even een kort woord vooraf voor het geval dat je je afvraagt waarom het nu nog steeds over die miskraam gaat. Heel simpel en heel eerlijk; omdat het een verhaal is. Het enige verhaal dat ik nu heb. Ik heb het al vaker gezegd maar hier is ‘ie nog een keer: ik word niet dagelijks in een drive by neergeschoten, ik heb op het moment geen stomende affaires of bloedstollende moordzaken in mijn leven. Dus de enige manier om jullie voorzien van stukjes uit mijn leven is dit verhaal zo uitgebreid mogelijk in geuren en kleuren te beschrijven. Het is een lang stuk, dus pak er maar een kop thee bij. We zijn gebleven bij de vriendinnenavond.

We houden onze wekelijkse vreet-en-genadeloze-kritiek-geven-op-foute-tv-avonden meestal bij vriendin Astrid thuis. Het begon allemaal in het kleine poppenhuisje van vriendin Jessica. Die is ooit in haar studententijd in een knusse, gezellige, hele kleine bovenwoning gaan wonen en daar zaten we ons dan elke zondagavond weer braaf voor de tv groen en geel te ergeren aan de vreselijk ongemakkelijke momenten van Boer zoekt Vrouw. Al vrij snel sloten meer vriendinnen zich aan, werden er boerenhappen en stamppotten op tafel gezet en het scheelde weinig of we zaten zelfs in een boerenoveral een zakdoek om de hals geknoopt op de bank. Veel ruimte om riant te zitten was er niet dus we lagen meeste over elkaar heen op haar veel te grote hoekbank die zo’n beetje de hele woonkamer in beslag nam. En ineens werden we plotseling stuk voor stuk volwassen en werden er echte huizen aangeschaft. Astrid als eerste en omdat zij nu een echt grote-mensen-huis heeft met een fatsoenlijke grote-mensen-keuken en een lekkere grote familiebank, is onze vreetavond verhuisd naar huize Astrid, a. k. a. de kaasboerderij. Omdat ze zo van kaas houdt.

“Het vreetfestijn is bij deze officieel geopend!” Jessica ontkurkt een fles wijn, Noortje komt met een zooi glazen aangejubeld, Astrid slaat de laatste hand aan de salades, Dewi staat zoals gewoonlijk (wel hard pratend maar vooral passief) tegen een muur aangeleund een beetje te niksen met haar ogen op haar telefoon gericht.

Angel 4Astrid en ik vormen samen team-massaconsumptie. Jessica kan er ook wat van trouwens. Die neemt regelmatig een gezellig appeltaartje ‘voor iedereen!’ mee dat ze vervolgens zonder blikken of blozen in haar eentje weg stouwt. Met zijn drieën stouwen we met gemak een heel varken weg. Waar ik normaal gesproken zonder enige vorm van gene als eerste mijn bord tot over de rand vol plemp, voel ik nu dat ik niet zo’n trek heb. Wat vreemd is want ik heb er een lange, drukke werkdag op zitten en zoveel heb ik vandaag niet gegeten. Toch ga ik gezellig aan tafel zitten en verwacht ik dat ik na de eerste hap vanzelf wel trek krijg. Gebeurt niet. Het glas droge, witte wijn smaakt me ook niet. Dan maar een glas rood. Nog smeriger. He wat jammer, nu kan het eindelijk weer en heb ik er geen trek in. Misschien gewoon doorzuipen, dan gaat het vanzelf smaken.

Het duurt even voordat het op begint te vallen omdat er een hoop verhalen en updates verteld moeten worden.

“Dus was echt keihard aan het werk om die deadline af te krijgen en toen zei mijn leidinggevende dus ineens ‘Ben ik niet helemaal duidelijk geweest of mankeer je soms wat aan je oren?”

Dewi reageert er als eerste op. “Dan moet je gewoon zeggen ‘MANKEER JIJ SOMS WAT AAN JE OGEN?’ JE ZIET TOCH DAT IK ERMEE BEZIG BEN, SCHELE!’, en dan loop je gewoon weg.”

Meestal ga ik nog een keer overheen en maak een nog hardere grap. Nu blijf ik stil zitten.

“Eend, gaat het echt wel? Heb je niks om over te schelden van vandaag?”

“Hè? Ja, gaat wel. Maar denk dat ik een beetje griep krijg. Voel me ineens moe en heb het een beetje koud. En heb een smerige smaak in mijn mond. Zal wel weer een keelontsteking krijgen.”

Astrid komt al aangesneld met een dikke fleece deken.

“Hier, rol jezelf hier maar lekker in op. Wil je een lekkere sloot kokendhete thee in je gezicht?”

“Ja, doe maar ja. Die wijn smaakt me niet.”

Ik ben niet helemaal lekker maar kan er ook mijn vinger niet op leggen wat me mankeert. Op de een of andere manier ben ik zo druk geweest met als mezelf als de sodemieter over die hele miskraam heen te zetten, dat ik mijn klachten in de gebruikelijke hoek van verkoudheidjes of vermoeidheid zoek. Omdat ik weiger op te stappen, lig ik de hele avond opgerold in een grote fleece deken tegen de verwarming aan. Mijn vriendinnen hebben me braaf op mijn commando lekker laten liggen en na vier uur eten, drinken, praten, schreeuwen, zingen en schelden op de debielen die weer eens hun hele hebben en houwen verkopen om met hun vier kleine kinderen een biodynamische nudistencamping in Roemenie te beginnen, wordt de boel opgerold. Er worden jassen aangetrokken, sjaals omgewikkeld en mutsen op gezet.

“Eendebek! Wakker worden.”

“Ik voel me echt niet zo goed, As. Heb je een zooitje pijnstillers voor me? Of hard drugs, mag ook.”

“Ja, natuurlijk. Je ziet ook een beetje wit. Ga je nu nog helemaal naar Amsterdam rijden?”

Ik rijd ongeveer vijf keer per week heen en weer vanuit Amsterdam naar Utrecht. Ik vind het een heerlijk ritje. Ik rijd altijd buiten de spits en het zijn de enige momenten van de week dat ik even een half uur niets kan doen behalve lekker in mijn eigen hoofd gaan zitten. Heerlijk ontspannen met de verwarming goed hoog en mijn lievelingsmuziekjes op, zonder getetter, zonder telefoon, zonder werk, even helemaal niets. Het zijn mijn kleine meditatie-half-uurtjes waarin ik niet echt zit te mediteren want ik weet helemaal niet hoe dat moet maar waarin ik wel een beetje tot rust kom en kan nadenken over dingen waar ik normaal geen tijd voor heb. Ik ben gek op autorijden.

“Ja. Nee. Ik weet het niet. Nee, ik denk het niet. Ik voel me voor het eerst niet goed genoeg om te rijden.”

Ik kan nog steeds niet aangeven waar ik last van heb. Het voelt meer als een algehele malaise met een zwaar gevoel in mijn buik maar het lijkt in niets op menstruatiekrampen.

“Waarom blijf je niet lekker hier slapen?”

“Pfffff….” Ik zucht een pijnscheut weg.

“Gaat het niet, Eend?”

“Weet niet. Voel me een beetje raar. Ik denk ik dat ik naar mama rijd en daar blijf slapen. Dat is een ritje van vijf minuten, dat red ik wel.”

“Ik breng je wel even, laat je auto maar hier staan. Dat regelen we morgen wel.”

“Nee, hoeft niet. Lukt wel.”

Astrid zet me in de auto en vraagt me of ik haar even bel als ik er ben.

In de auto bel ik Hef.

“Yo, bitch. Ik voel me niet zo heel lekker. Ik kan niet meer autorijden geloof ik dus ik ga bij mama slapen.”

“Why? What’s wrong?”

“Weet ik niet. Ben gewoon niet goed. Voel me morgen vast stukken beter.”

“But what is wrong? Why don’t you just come home?”

“Dat zeg ik toch? Omdat ik niet meer wil autorijden. Ik voel me verrot.”

“I don’t understand. I think you should just come home.”

Huh? Ik zeg even niets terwijl ik me afvraag wat hij nou vaag zit te doen.

“I have pain too you know. I am also sad about this.”

Oh nee hè, ik hoor het alweer. Die heeft zijn zogenaamde ‘pain’ weg zitten drinken met een van zijn vrienden tijdens een etentje. Was helemaal vergeten dat hij uit eten zou gaan. En als hij een sappie teveel drinkt, wordt het altijd zo’n emotioneel wijf wat ik in een normale situatie al voor geen meter trek maar nu helemááál geen zin in heb. Echt, lazer op. Ik voel weer een lichte pijnscheut opkomen.

“Hef, hier heb ik dus echt geen trek in hè.”

“Why are you saying this? I also have feelings and you have to…”

Nu word ik ongeduldig. Misschien zit ik nog steeds vol zwangerschapshormonen maar ik voel een Satan in me opborrelen. Tegelijkertijd voel ik me steeds waziger worden. Ik kan bijna niet meer scherp zien en wil snel weg. In bed gaan liggen.

“Wat voor ‘pain’ heb jij dan als ik vragen mag? Ik neem aan dat je het over emotionele ‘pain’ hebt?
Die heb ik niet. Ik heb doodgewone, Oudhollandse fysieke pijn in mijn pens. Die doet zeer want er moet iets uit en snel want anders gaat het rotten en kruipen er binnenkort maden en vliegen uit mijn trut. En daarom kan ik geen auto meer rijden. DUS NEE! Ik ga nu niet hallucinerend van de pijn de snelweg op omdat jij emotionele ‘pain’ hebt. Ok?”

“WHY ARE YOU TALKING TO ME LIKE THIS? WE HAVE TO BE TOGETHER NOW BECAUSE…”

Ik. Trek. Dit. Niet. Niet vandaag. Niet nu. Hoe lief hij ook is, als hij aangeschoten of dronken is, moet hij uit mijn buurt blijven. Let op goed, Hef en ik dragen elkaar op handen. We zijn er voor elkaar in goede en in slechte tijden. In ziekte en gezondheid. Behalve als hij wat op heeft. Poef! Vertrokken en dan ben ik weg en ik geen heinde en verre te bekennen. Zo vaak gebeurt het niet hoor. Maar zeker eens in de drie weken. En dan ga ik gewoon weg. Ga ik lekker bij mama slapen ofzo. En daar heb dan ik een heerlijke avond, zonder bezopen gelal in mijn oor en de volgende ochtend ben ik weer thuis en maakt hij een uitgebreid ontbijt voor me, krijg ik een grote bos rozen en staan we weer high-fivend op de bank te juichen van geluk.

“Hef. Ophouden! Ik heb geen trek een labiel wijf, heb even genoeg aan mezelf. Slaap lekker, ik zie je morgen.”

Ik druk hem weg, start mijn auto en terwijl ik naar mama rijd, voel ik me steeds waziger worden.

PLING! Berichtje van Hef.

‘You are right. I am sorry. Take care, call me when it gets worse. I love you.’

PLING. Berichtje terug van Angel.

“Maakt niet uit. Love you too. Zie je morgen.”

Zo. Opgeruimd. Nu weer op mezelf focussen. Met moeite rijd ik naar de paar minuten naar mama’s huis. Bijna helemaal dubbelgevouwen, ik kan nauwelijks boven mijn stuur uit kijken, probeer ik me op de weg te focussen. Vijf minuten later parkeer in mijn auto voor de deur en strompel naar binnen, ik ben zo blij bij mama te zijn. Iedereen zou naar papa of mama moeten rijden als ze ziek zijn en pas weer weg gaan als je helemaal bent opgeknapt. Ze zit klaar met een kop thee, een doos pijnstillers, een paar dikke, wollige sokken, een fris gewassen joggingpak en een bord bubur. Dat is Indonesische, zachtgekookte rijstepap, dat kregen Dewi en ik vroeger altijd als we ziek waren.

“Kom lieverd, ga maar gelijk in bed liggen, dan voer ik je nog een bordje pap want je moet wat in je maag hebben voordat je zoveel pijnstillers gaat slikken anders krijg je maagpijn.”

Zo fijn en lief en gezellig en warm en thuis en comfortabel en zo’n veilige cocoon van liefde is mama. Papa is weg en ik mis hem en daardoor realiseer ik me des te meer hoe blij ik ben dat ik mama nog heb. Nog geen tien minuten later lig ik in bed. Na mijn rijstepap (waar ik echt geen trek in heb maar zeg maar eens nee tegen een bezorgde moeder) en sloot thee jas ik er in een keer 2000 mgr pijnstilling in en sleep mezelf nog een laatste keer naar het toilet om mijn volgescheten bloedlap te vervangen door een schone luier. Ik heb mijn hoofd nog niet op het kussen of ik ben al in een diepe coma verzonken. ‘Nu ga ik heerlijk tien uur slapen, zonder pijn, en als ik wakker word, ben ik beter…’, is mijn laatste gedachte. En weg ben ik.

Mijn ogen springen open. Het eerste dat ik zie, zijn de rode digitale cijfers op de wekker die me vertellen dat het 02:00 is. Meestal word ik langzaam wakker, duurt het een paar heerlijke seconden waarin het laatste beeld van je droom smooth vervaagt in een zwart scherm en je je traag realiseert dat je de binnenkant van je ogen ziet. Nu niet. Met een rotklap schieten mijn ogen open. Even vraag ik me af waar ik ben. Nog voordat ik kan zien dat ik niet in mijn eigen bed lig, word ik met een dubbelloops geweer in mijn onderbuik geschoten.

Mother… Fucker…!
Ik klap dubbel en grijp met beide handen mijn buik vast. Ik voel de pijn aanzwellen. Snel ga ik op mijn rug liggen en probeer mijn lichaam te strekken. Met moeite krijg ik mijn benen plat op het matras. En net als ik languit lig, laat er iemand van zo’n vijf meter hoogte een bowlingbal op mijn onderbuik vallen.

“Hhhmpffff….” Met een klap trek ik weer krom. Schreeuwen gaat niet, schelden ook niet, ik kan amper ademen. Met moeite kreun in de pijn een klein beetje weg.

What the fak… wacht, ik moet opstaan. Nee… Weer één. Komt er weer één… Waar zit die pijn nou eigenlijk? In mijn onderbuik? Ja. Nee, toch niet. Het is mijn rug. Of is het toch mijn buik? Nee, ik heb mijn rug gebroken in mijn slaap. Het zit in mijn onderrug. Dan zal het wel stront zijn. Wat heb ik gegeten? Ja, dat is het. Ik heb zeker weer liters sambal gegeten gisteren, daar krijg ik altijd pijnlijke bombardementen van. Nee, volgens mij heb ik gisteren de hele dag niets gegeten. In paniek zoek ik nog steeds naar oorzaken en probeer een diagnose vast te stellen.

Bam! Weer een schot in mijn onderbuik. Ik zet mijn nagels in het matras en bijt bijna een scheur in mijn onderlip. Ik moet opstaan. Ik denk dat ik hele zware diarree heb. Als ik dat er nou snel uit schijt, wordt het vast beter. Ja, ik moet snel naar het toilet.

‘Bluurghbhuaaaaawp…’

Mijn kaken openen zich en ik stoot zo’n knoertharde vrachtwagenchauffeurboer uit dat Appeltje zich de pleuris schrikt en bijna uit bed rolt. Geschrokken staart ze me aan met die grote poppenogen. Het zuur baant zich een weg omhoog door de keel mijn mond in. Als ik snel mijn hand voor mijn mond sla om de boel tegen te houden, voel ik dat mijn gezicht zeik- en zeiknat is. Mijn haar plakt in slierten aan mijn gezicht. Dan hoor ik mijn kont borrelen. Geloof ik. Of is het mijn maag? Kotsen. Eerst kotsen. Opstaan, Angel. Naar de wc en heel snel voordat je je bewustzijn verliest. Rustig je benen naast bed zetten. Uit alle macht focus ik me op mijn voeten die de grond moeten raken zodat ik op kan staan. Huppekee! Volgende bowlingbal. Nu een nog iets zwaardere. Weer klap ik dubbel en lig ik in de foetushouding ongeveer een minuut te puffen. Ik heb dat nog helemaal niet geleerd, om te puffen, maar mijn lichaam doet het automatisch. Onbewust omdat ik het vaak op tv heb gezien, denk ik. De kots in mijn is niet meer binnen te houden en sijpelt via mijn mondhoeken langs mijn kin.

“Mamaaaa!”

Ik hoor mezelf schreeuwen. Het komt er in belletjes uit, alsof ik onder water probeer te schreeuwen. Of alsof ik met een tandenborstel in mijn mond probeer te praten.

“Maaaaaaaam!”

Direct vliegt er een deur open, geschrokken rent ze naar me toe.

“Wat is er?”

“Ik moet naar de wc. Ik ben niet zo lekker.”

“Je bent zeiknat. Ga liggen.”

“NEE! Ik moet…”

Ik trek mezelf aan haar armen het bed uit maar kan amper mijn benen staan. Ik word licht in mijn hoofd en dan zie ik ze. Sterretjes. Wow…! Sterretjes. Ze bestaan dus echt! Net zoals in een tekenfilm als een tekenfilmfiguurtje een mokerslag met een hamer op zijn kop krijgt en je ziet van die leuke sterretjes om het hoofd vliegen. Ik heb ze nu ook! Ik kijk naar boven om ze beter te kunnen zien. Gek hè? Dat je in zo’n situatie nog verwonderd kan raken om iets als sterretjes. En dan ga ik langzaam om. Ik voel mezelf naar links hellen en mama trekt met haar volle gewicht aan mijn arm om me weer in balans te krijgen. Het is maar een klein vrouwtje, ze moet haar best doen om me te ondersteunen.

“Ik moet naar de wc, mama.”

“Nee, je blijft even zitten tot je wat minder duizelig bent.”

“MAMA, als je me nu niet naar de wc brengt, schijt ik je helemaal onder. Ik moet nu…” En daar is de volgende pijnscheut.

“Pfff… Ik denk dat ik moet poepen.”

Ik zweer het je, ik ben er op dit moment echt van overtuigd dat het mijn darmen zijn. Ik voel teveel pijn in mijn onderrug. Het voelt niet als hele heftige menstruatiepijn.

“Je hebt een miskraam. Daarom heb je zo’n buikpijn.”

“Nee, het is poep. Het is diaree, ik moet de pijn er gewoon even uitpoepen.”

Hoe ze het doet, weet ik niet maar een halve minuut later zit ik dan. Op het toilet is het lekker koel. Ik voel mijn blote voeten op de koele vloer en kom een beetje tot rust. De sterretjes zijn weg. De bowlingballen ook. Een hele minuut lang. En dan begint het feest weer. Nu krijg ik drie bowlingballen achter elkaar te verduren, zonder pauze.

“Teringlijaaars!”, hoort mijn moeder vanaf het toilet. Het spijt me voor het schelden maar het is het enige dat op dit moment enigszins oplucht. Uit alle macht probeer ik te poepen maar er komt niets. Plas ook niet en bloed ook niet.

“Mama. Pijnstillers, snel! Voordat de volgende komt.”

Op het toilet neem ik twee joekels van pijnstillers in en ik besluit dat ik in bed ga liggen wachten tot de pijnstillers hun werk doen. Ze sleepte me terug naar bed.

“Zal ik de verloskundige bellen?”

“Nee. Het gaat zo wel weg. Ik wacht even tot de pijnstillers werken. Dan gaat het wel weer.”

Ik lig weer op de dezelfde plek als waar ik wakker werd en staar naar de wekker. 02:10. Ok. Het is tien over twee. Over een kwartier zouden de pijnstillers toch met moeten werken. Nu afwachten. Wachten tot het vijf voor half twee is. Opgerold lig ik met mijn ogen wagenwijd open te staren naar de wekker.

“Hmmpfff… daar gaan we weer. Ah nee, dit is niet normaal. Dit is toch fokking niet normaal?!”

“Ik weet het lieverd.”

Mama masseert mijn onderrug met Indonesische stink olie. Zij denkt dat het helpt. Ik niet maar helpt een klein beetje om mezelf te focussen op haar hand op mijn rug.

De bowlingballen zijn op. Het is nu een breinaald die linksonder in mijn buik een gat prikt, dwars door mijn eierstokken prikt en er aan de achterkant uit komt. De breinaald wordt eruit getrokken en gaat er op precies dezelfde plek aan de voorkant weer in. Daar blijft hij halverwege een seconde rusten en dan wordt de naald in van links naar rechts gepoerd.

“Motherfucker, het doet zo’n pijn.”

Het zweet gutst van mijn hoofd en mama probeert me te koelen met vochtige washandjes. De wekker. Hoe laat is het? Laat het alsjeblieft vijftien minuten verder zijn. 02.13. Drie minuten. Drie armoedige rotminuutjes zijn er voorbij.

“Fok jou!” schreeuw ik tegen de wekker.

Pijn zit tussen je oren, Angel. Dat kun je wegdenken. Denk de pijn weg. Je voelt geen pijn. Pijn is maar een emotie. Bestaat niet. Pijn is niet echt. Ik voel geen pijn. Sterker nog, ik voel me top. Ik voel me echt heerlijk. Ik ben lang niet zo gelukkig geweest.

“Aaaauw… Mama, geef me een zetpil. Geef me zetpil van 1000 mgr. Snel.”

“Je hebt net al veel pijnstillers op, Angel.”

“Geef me een ZETPIL!”

Zonder jankgeluiden lopen de tranen nu over mijn wangen. Ze doet wat ik haar opdraag. Snel duw ik de zetpil in mijn kontgat. Ik krijg een briljante ingeving probeer er nog een zetpil achteraan frutten maar ze trekt vlug het doosje uit mijn hand.

Ik weet het. Dit is de oplossing. Jezelf op een andere plek pijn doen. Dat helpt. Ik bijt in mijn arm. Harder. Harder bijten. Dat leidt af.

“Hou op.” Mama trek aan mijn arm.

“We gaan naar het ziekenhuis.”

“Nee, dat zeggen ze straks dat ik me aanstel. Dit is denk ik normaal. Doet gewoon heel even zeer. Als je pijnstillers werken, is het weg.”

Daar ben ik heel bang voor, dat ze in het ziekenhuis zouden zeggen ‘hier, pleister erop en niet zo janken.’ Komt ook door papa en hoe ik hem compleet aan flarden gescheurd met de krammen en hechtingen van oor tot oor heb zien liggen zonder dat er ook maar zuchtje of een klachtje uit kwam. En de tumoren die er door zijn ogen uit groeiden. Niks, niet een keer heb ik hem horen klagen. Of oma die met ons mee naar huis werd gestuurd om te sterven maar daar niet op wilde wachten dus besloot zichzelf uit te hongeren. Niet een keer heb ik haar horen kreunen van de pijn. Niet een keer heb ik haar horen zeggen dat ze moe, uitgedroogd, kapot of verdrietig was. En net toen iedereen even op de gang stond om te bespreken dat het zo echt niet langer ging en dat deze situatie onmenselijk was, kneep ze er tussen uit. In haar eentje zodat niemand hoefde te zien dat ze stierf. Mama die jaren geleden in een vliegtuig van de first class verdieping het trappetje aflazerde, helemaal van boven naar beneden, en zo haar enkel brak. “Nee hoor, gaat prima!”. Nooit mee naar het ziekenhuis gegaan. Terwijl je nu nog kan zien dat het gebroken is. Ik kom uit een familie van doorzetters die hun pijn wegbijten en voor zich houden.

Wekker. Hoe laat is het? 02:20. Geen reet opgeschoten. Die kutwekker. Is vast kapot.

“Ik moet weer naar het toilet.” Daar gaan we weer, ze sleept me uit bed. Appeltje rent onrustig om ons heen.

Even fast forward. Tot 03:00 staar ik naar de wekker. Elke minuut zie ik een cijfer verspringen. Elke minuut lijkt een uur te duren. Tot 03:00 ’s nachts heb ik bijna ondraaglijke pijn. Ik zeg ‘bijna ondraaglijk’ omdat ik weet dat mijn lichaam zichzelf wel uitschakelt als het echt niet meer te verdragen is. Ik blijf bij bewust zijn maar mama ziet af en toe mijn ogen wegdraaien en wordt zo onderhand een beetje radeloos omdat ik weiger me naar het ziekenhuis te laten brengen. Om de tien minuten wil ik naar het toilet en daar blijf ik vijf minuten zitten. Niks doen en want er komt niets maar ik blijf de drang voelen om op het toilet te zitten en te persen. Er moet iets uit en dat moet op het toilet, is blijkbaar mijn logische redenering. Om 03:00 doen de pijnstillers hun werk nog steeds niet. Tegen deze pijn is niet met gewone pijnstillers op te slikken. Ik wacht nu al een uur en begin me te realiseren dat pijnstillers vandaag niet de heilige graal zijn. Ik ben duizelig. Mijn hoofd voelt zo licht dat het lijkt alsof het elk moment los kan raken van mijn romp en weg zweeft.

“Mama, ik kan niet meer. Ik bel de verloskundige wel.”

Opgelucht pakt ze mijn telefoon.

“Ik bel zelf wel, dan kan ik uitleggen wat ik heb.”

Op het kaartje van de verloskundigenpraktijk staat een noodnummer. Ik heb geluk want het is mijn eigen verloskundige die nachtdienst heeft en de telefoon opneemt.

“Hi, met Angel. Het spijt me zo ontzettend dat ik je midden in de nacht bel, maar ik voel me niet goed.”

“Goed dat je belt, Angel. Waar heb je last van?”

“Buikpijn.”

“Waar?”

“Linksonder. En pijn in mijn onderrug. Voel steeds de drang om te poepen maar er komt niets. Maar vooral linksonder voel ik wel heftige steken.”

“Ben je ook duizelig?”

“Ja, heel erg. Lopen gaat niet zo lekker.”

“Heb je ook pijn in je schouder?”

“Ja, nu het zegt ja. Het was me nog niet opgevallen omdat ik zo’n buikpijn heb maar voel wel pijn in mijn schouder.”

“Ik was er toch al een klein beetje bang voor bij de laatste echo maar ik kon het niet goed zien. Ik ben bang dat je een buitenbaarmoederlijk zwangerschap hebt. Je moet onmiddellijk naar het ziekenhuis.”

Terwijl mijn moeder als een bezetene wat kleren van de grond raapt en zonder bril maar wat aantrekt, weet ik er nog stiekem een zetpil in te frutten. Ze sleurt me de auto in en daar, eindelijk, na een uur en vijf minuten, beginnen de pijnstillers hun werk te doen. En zo lig ik een half uur later lachend en met fantastisch haar op een onderzoeksbed in het ziekenhuis. Zo high als een garnaal. Ik ben eindelijk rustig. De pijn is weg.

“Ik ben zo blij dat de pijn weg is, Angel. Je ziet er ook stukken beter uit, lieverd. Je was bijna groen.”

Ik draai mijn hoofd en kijk mijn moeder aan.

“Jij ziet er zelf alleen niet zo lekker uit. Wat heb je nou allemaal aangetrokken? Je kan zo tussen de zwervers onder een brug gaan liggen.”

Mijn moeder, van wie de kledingkast uitpuilt van de Chanel pakjes, Dior schoenen, Fendi brillen en Hermes tassen buigt haar hoofd omlaag en bekijkt haar kleren. Ze begint te grinniken, niet veel later volg ik. En dan beginnen we allebei zo onbedaarlijk hard te lachen, de tranen rollen over onze wangen, dat er een verpleegster binnen stormt om te vragen of alles goed is. Mama heeft ook zo’n heerlijke keiharde, aanstekelijke lach… Kijk die moeder van mij.

Angel 0Wat er ook gebeurt… altijd tijd voor een selfie.

Angel 1…en voor een prikkie.

Angel 2… en voor een verkeerd prikkie.

Mr Wrong collage

Wil je af en toe een glimp van Mr. Wrong zien? Op mijn Instagram account post ik heeeel soms een kleine sneak peak. Dus als je wilt gluren… be my guest.

Liefs,
Angel

Volg:

25 Reacties

  1. Debbie
    17 mei 2017 / woensdag, 17 mei 2017

    Waarom is mr wrong part 64 van de site gehaald?

    • Nikki
      18 mei 2017 / donderdag, 18 mei 2017

      Dat vroeg ik mij ook Al af!

  2. 4 mei 2017 / donderdag, 4 mei 2017

    Ohh meis.. wat heftig allemaal en wat heb je een verschrikkelijke lieve moeder!💝

  3. Judith
    3 mei 2017 / woensdag, 3 mei 2017

    Heftig,echte bikkel ben je ook!
    Inmiddels ws. al even geleden,maar hopelijk gaat het nu goed met je.

    Haha,die outfit van je moeder.als je haast hebt,doe je gekke dingen.herkenbaar. Lieve moeder heb je.

    Liefs,
    Judith

  4. juriste
    3 mei 2017 / woensdag, 3 mei 2017

    Klinkt als een goede rechtszaak tegen die gynaecologe.

    • Diana
      3 mei 2017 / woensdag, 3 mei 2017

      Verloskundige*

  5. Kim
    2 mei 2017 / dinsdag, 2 mei 2017

    Jeetje heftig zeg!! Maar wel grappig toen ik m’n miskraam had wilde ik ook steeds op de wc zitten!! Vreemd he!

  6. 2 mei 2017 / dinsdag, 2 mei 2017

    ahhh bah klinkt zo heftig en pijnlijk!!! Leuk geschreven weer Angel, gelukkig gaat alles nu weer goed met je..

  7. yvonne
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Schrikken hoor Angel! Echt heftig.

  8. Rosa
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Wat geweldig weer geschreven! :)

  9. 1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Jeetje Angel wat heftig joh. Hopelijk is het inmiddels allemaal ‘rustig’ en kan je het langzaam maar zeker een plekkie geven.
    Ik kreeg wel een glimlach op m’n bek van dat stuk over je vriendinnen. Dat dan weer wel ;-)

  10. 1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    jeez Angel…. Heavy shit weer zo.. :O Je haar zat wel inderdaad geweldig… Maar liever flut haar en minder rottigheid..

  11. May
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Wow heftig!

  12. Mandy
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Jeetje, wat maak je toch allemaal heftige dingen mee de laatste tijd!

    En ik vind het vreemd dat de verloskundige geen verder onderzoek heeft gedaan als ze een vermoeden had. Dan neem je toch het zekere voor het onzekere lijkt me…

    Hopelijk gaat alles goed met je!

  13. Michelle
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Erg rot voor je wat je allemaal hebt moeten doormaken. Mag ik vragen met hoeveel weken het is misgegaan? Gun je heel erg dat het snel weer mag lukken. Paar dingetjes die me opvielen aan je verhaal:
    – Eens per drie weken dronken/een sappie teveel op met daarna een kwade dronk vind ik eigenlijk best wel vaak en problematisch. Wordt het niet eens tijd dat Hef hier hulp voor gaat zoeken? Hoe moet dat als jullie straks een kind hebben?
    – Waarom stap je in godsnaam achter het stuur als je je zo slecht voelt en amper in staat bent om te rijden? Totaal onverantwoord.
    – WTF, je verloskundige dacht bij de laatste echo al dat je een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had maar zegt hier niets over en stuurt je niet direct naar het ziekenhuis om dit te laten checken? Echt heel vreemd vind ik dit, ik zou woedend zijn.
    Voor de rest veel sterkte gewenst Angel!

    • M89
      4 mei 2017 / donderdag, 4 mei 2017

      Waar lees jij dat hij een kwade dronk heeft?

      • 16 mei 2017 / dinsdag, 16 mei 2017

        Ik denk vooral uit voorgaande edities van Mr. Wrong. Daar was nogal eens ruzie over.

  14. Ramona
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Heftig! Ik wens je veel beterschap. Goed naar je lichaam luisteren. Die pijn is echt killIing, weet ik helaas uit eigen ervaring. Ik hoop dat je er snel bovenop komt en je de volgende keer wel een goede zwangerschap hebt. 😘

  15. Beautystyle12345
    1 mei 2017 / maandag, 1 mei 2017

    Arme schat ❤

  16. 30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

    Jeetje wat heftig! Nu is een miskraam al niet niks om mee te maken en dan komt dit er ook nog eens boven op!

  17. Ier
    30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

    “Ik was er toch al een klein beetje bang voor bij de laatste echo maar ik kon het niet goed zien. Ik ben bang dat je een buitenbaarmoederlijk zwangerschap hebt. Je moet onmiddellijk naar het ziekenhuis.”

    Dat is toch heel kwalijk? Waarom heeft ze niet na je laatste bezoek gezegd dat er mogelijk sprake kon zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat er bepaalde symptomen zijn waar je op kunt letten?

    • loes
      30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

      Ja vind ik ook!

    • Inez
      30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

      Helemaal mee eens..

  18. 30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

    Holy fuck….dat ze dat niet eerder hebben gezien? Hebben ze je eileider kunnen redden? Ik ben hierdoor eentje kwijtgeraakt en heb met 1 eileider 2 fantastische kleine indootjes gekregen. Dit is dan al een aantal weken terug gebeurt (gesprekje met jou op het I love beauty event met 1 van mijn kleine mooie indootjes erbij 😉) maar toch…..het is en blijft niet leuk ook al doe je stoer. Ik kan niets anders zeggen dan: hopelijk snel een gezonde Hef&Angel baby ♡

  19. Syl
    30 april 2017 / zondag, 30 april 2017

    Waarom moet je mij steeds laten huilen?! Ik ga echt niet meer jouw verdrietige verhalen lezen hoor.

    Tot volgende week

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *